Bas-Congo en Matadi

Mama Lufuma is actief in de provincie Bas-congo, meer bepaald in Matadi en Dizi, de thuishaven van Hyppo. Hieronder schetsen we een beeld van de provincie Bas-Congo en de stad Matadi, en situeren we waar Hyppo vroeger gewoon heeft.

 

1. De provincie Bas-Congo

Geografie

De provincie Bas-Congo, ook wel Kongo Centraal genoemd, situeert zich tussen Kinshasa en de Atlantische Oceaan. Ze heeft een oppervlakte van 53 947 km2 en is gelegen tussen 4° en 6° Zuiderbreedte tussen 12° en 16° Oosterlengte. Met 2,3% van de oppervlakte van Congo, is ze de op één na kleinste provincie van het land, na de stad-provincie Kinshasa. Toch is Bas-Congo hiermee ongeveer 4x zo groot dan Vlaanderen!

Bas-Congo vormt een verbinding tussen de oceaan en het binnenland van Congo. Ze bevat de benedenloop van de rivier de Congo vanaf de watervallen van Kintambo bij Kinshasa tot aan de Atlantische Oceaan. Bas-Congo is de enige Congolese provincie die grenst aan de zee. De kustlijn bedraagt ongeveer 35 km. De provincie is de belangrijkste poort voor import en export van goederen in en uit het land.

In het Noorden grenst zij aan Congo-Brazza, in het Zuiden aan Angola, in het oosten aan de stad-provincie Kinshasa en de provincie Bandundu en in het westen aan de Atlantische Oceaan en de Angolese enclave Cabinda.

 

Klimaat

Bas-Congo heeft een tropisch klimaat met een regenseizoen en een droog seizoen. De jaarlijkse neerval bedraagt tussen 900mm en 1500mm per jaar. Dit is iets meer dan de gemiddelde jaarlijkse neerslag in België: 800 mm per jaar.

Lokaal verdeelt men het jaar in 5 seizoenen:

  • het grote regenseizoen of seizoen A, van midden oktober tot december,
  • het kleine droge seizoen van januari tot februari,
  • het kleine regenseizoen of seizoen B van maart tot midden mei,
  • het grote droge seizoen of seizoen C van midden mei tot midden oktober. Dit kan dan verder verdeeld worden in een relatief koele periode van juni tot augustus, en een erg warme periode van september tot midden oktober.

Bas-congo is de provincie van Congo met het minste regenval, wegens de invloed van de koude zeestromen uit Bengalen. De stad Mbanze Ngungu, gelegen op ca 600 meter hoogte, kent zelfs een aangenaam gematigd klimaat gedurende het hele jaar. Naarmate men Kinshasa nadert, neemt de invloed van de ocean af en wordt het klimaat tropischer en vochtiger.

 

Waterkunde

Bas-Congo behoort tot het Kongobekken, het stroomgebied van de rivier de Congo, met uitzondering van de streek Mayumbe, een laaggebergte dat behoort tot het stroomgebied van de rivier Shiloango.

De Congo-rivier is een belangrijke verkeersader voor de Democratische Republiek Congo. Het bevaarbare gedeelte in Bas-Congo bedraagt echter slechts 168 km tussen de kuststad Banana en Matadi. Verder stroomopwaarts, richting Kinshasa, is de rivier niet meer bevaarbaar, wegens talloze watervallen en stroomversnellingen. Transport tussen Matadi en Kinshasa gebeurt over het spoor of via een goed berijdbare weg.

De Congo rivier heeft een enorm hydro-elektrisch potentieel, geschat op 100.000 megawatt, waarvan 58.000 megawatt tussen Kinshasa en Matadi in Bas-Congo.

Buiten de rivier de Congo, bestaat het riviersysteem van Bas-Congo uit vele kleinere, minder belangrijke rivieren.

 

Vegetatie

Bas-Congo kent een zeer gevarieerde plantengroei.

Grofweg kunnen we drie types natuurlijke vegetatie onderscheiden:

  • Mangrove wouden in de moerassen aan de monding van de rivier de Congo en de steppen op de hooglanden boven de kust van Moanda.
  • Het woud van Mayumbe in het district Bas-fleuve, een verderzetting van het evenaarswoud en de bossen van Gabon.
  • Tussen deze bossen ligt savanne, in de districten Cataractes en Lukaya.

 

Bevolking

De bevolking van de provincie Bas-Congo wordt geschat op 4,38 miljoen inwoners. De bevolking is hoofdzakelijk jong, met 64,6% van de bevolking onder de 24 jaar. 52% zijn vrouwen, 48% mannen. 99,2% van de bevolking heeft de Congolese nationaliteit, 0,8% “vreemdelingen” zijn van allerlei afkomst.

 

Taal

Bas-Congo is etnisch zeer homogeen. Er woont één volk, de “Bakongo” of “Ne Kongo”, die één taal spreken, het Kikongo, weliswaar met verschillende dialecten.

De Bakongo worden onderverdeeld in sub-etnische groepen (stammen), clans en geslachten, die, met uitzonderingvan de Basolongo, allen een matrilineaire sociale organisatie hebben: dit is een systeem van afstammingsbepaling waarbij de dochter of zoon lid wordt van de afstammingsgroep van de moeder, en rechten en functies worden overgedragen van een man naar de kinderen van zijn zuster. Dit is dus niet hetzelfde als een matriarchale samenleving, aangezien mannen doorgaans het openbare leven domineren in Bas-Congo.

De belangrijkste sub-etnische groepen zijn:

  • De Yombe (of Bayombe), van oorsprong uit het district Bas-Fleuve. Zij bewonen het gebied van Tshela en vormen de meerderheid in de gebieden van Lukula en Seke-Banza. Er woont ook een grote gemeenschap Yombe in de steden Boma en Matadi.
  • De Nyanga (of Banyanga) bewonen de rechteroever van de Congo rivier, in het gebied Luozi.
  • De Ndibu (of Bandibu) bewonen de gebieden Songololo en Mbanza Ngungu.
  • De Ntandu (of Bantandu) bewonen de gebieden Madimba en Kasangulu.

Er zijn nog ettelijke andere Bakongo of Ne Kongo stammen. Al deze stammen spreken een eigen dialect van het Kikongo: kiyombe, kimanianga, kindibu, kintandu, kilemfu, kibisingombe, kibamta, kiwoyo, kisolongo, kizombo….

Ook Lingala, de taal die gesproken wordt in Kinshasa en de evenaarsprovincie, wordt frequent gesproken in Bas-Congo, vooral in de steden.

Frans is de officiële taal en wordt gebruikt in de handel, de administratie en het onderwijs.

 

Politieke en administratieve organisatie

Sinds de aanvaarding via referendum van de Grondwet van de derde Republiek op 18 februari 2006, wordt de provincie van Bas-Congo, net als alle andere provincies van de DRC, geleid door een provinciale regering. Deze regering wordt aangesteld door de Gouverneur en de vice-gouverneur. Deze beiden worden gekozen door de provinciale vergadering (l’Assemblée Provinciale) voor een mandaat van vijf jaar, dat slechts eenmaal kan verlengd worden.

De provinciale vergadering van Bas-Congo bestaat uit 30 leden, waarvan 27 rechtstreeks verkozen worden en 3 traditionele chefs worden gecoöpteerd uit een lijst die wordt voorgedragen door de traditionele autoriteiten, ook steeds voor een mandaat van 5 jaar. De huidige gouverneur heet Jacques Mbadu en de vice-gouverneur is Arif Matubuana.

Matadi is de hoofdstad van de provincie. Het is de residentie van de gouverneur, de provinciale ministers, van de provinciale vergadering en het is de zetel van alle administratieve diensten.

De provincie bestaat uit twee steden, Matadi en Boma, en drie districten, met name:

  • het Bas-fleuve district met als hoofdstad Tshela. Dit district omvat het grondgebied van San Miguel-Bailey, Tshela en Lukula.
  • Het district Cataractes met Mbanza Ngungu als hoofdstad. Dit district bestaat uit de gebieden van Mbanza Ngungu, Songololo en Luozi.
  • Het Lukaya district, met met Inkisi als hoofdstad, met de gebieden Madimba, Kasangulu en Kimvula.

 

Economie

Doordat een groot deel van de import en export verloopt via de provincie, behoort Bas-Congo samen met Kinshasa en Katanga tot de 3 meest welvarende en toeristische provincies van het land.

Bas-Congo financiert ongeveer 40% van de totale Congolese begroting. Dit vooral dankzij de geografische ligging: een gemakkelijke toegang tot belangrijke afzetmarkten, zoals Kinshasa (7 miljoen consumenten), de Angolese enclave Cabinda (500.000 inwoners), en de regio Soyo in Noord-Angola. Daarenboven is er een directe toegang tot de internationale markten dankzij de drie zeehavens: Matadi, Boma en Banana, de enige zeehavens van het land.

Ook de geschiedenis speelt mee: koloniale vennootschappen startten met de ontginning van de rijkdommen van het land in Bas-Congo, met name in het bosrijke gebied Mayumbe en langs de spoorlijn Matadi-Kinshasa. Deze vroege ontwikkelingen gaven de provincie een voorsprong op het vlak van industrialisatie, communicatie-infrastructuur en verstedelijking.

Bovendien is Bas-Congo is een uitstekend landbouwgebied. Weliswaar blijft de landbouw voornamelijk een kleinschalige familiale aangelegenheid, met te weinig omkadering, rudimentair gereedschap, ontoereikend zaaigoed en verouderde landbouwtechnieken. Naar schatting worden slechts 10% van de beschikbare landbouwgronden bebouwd.

Er zijn echter meer en meer landbouwbedrijven die grotere oppervlaktes bebouwen en nieuwe landbouwtechnieken gebruiken. Maar ze worden gehinderd door een gebrek aan opslagfaciliteiten en transportproblemen.

De provincie fokt groot- en kleinvee en bevoorraadt hiermee de markten van Kinshasa.

De provincie bezit een kapitaal aan bossen, 522,350.67 hectare, met een grote diversiteit in soorten exploiteerbaar bos.

Bas Congo heeft ook een onmeetbaar grote energierijkdom, geschat op minimum van 2.178 MVA, waarvan slechts 478 MVA wordt geëxploiteerd. Deze energie wordt momenteel voornamelijk geproduceerd door de grote waterdam in Inga, die behoort tot de grootste in de wereld. De provincie levert ernergie aan Kinshasa, Katanga en andere Afrikaanse landen zoals de Republiek Congo, Zambia en Zuid-Afrika. Echter de geïnstalleerde capaciteit wordt onderbenut, de apparatuur is verouderd, het distributienetwerk slecht onderhouden en overbelast, wat resulteert in frequente eletriciteits-onderbrekingen.

In de Atlantische Oceaan beschikt de provincie over aangetoonde oliereserves van ongeveer 4 miljard vaten en een potentieel aan visvangst, waarmee een productie van 2.000 ton vis per jaar zou kunnen bereikt worden.

Er zijn aanwijzingen dat er in Bas-Congo afzettingen zijn van verschillende mineralen, waaronder bauxiet, fosfaat, schalie-olie, teer zand, gips, marmer, kalksteen, ijzer, goud en diamant. Slechts de laatste twee ertsen, goud en diamant, worden uitgebaat, echter louter op een artisanale manier. De onder-exploitatie van deze sector kan verklaard worden een tekort aan geologische studies en prospectie en de afwezigheid van een echt mijnbouwbeleid.

Tot de verwerkende industrie in de provincie behoren twee cementfabrieken, een suikerfabriek, een korenmolen, oliemolens, zagerijen etc.

De provincie heeft zeker toeristisch potentieel, maar ook dat staat nog in de kinderschoenen.

Bas-Congo heeft vier soorten transportroutes: spoor, weg, rivier en lucht. Bas-Congo heeft een spoorlijn tussen Matadi en Kinshasa van ongeveer 400 km lang. Het wegennet is enigszins gedegradeerd, maar zeer uitgebreid: 3698 km wegen van algemeen belang, waaronder 800 km geasfalteerd, en duizenden mijlen particuliere en locale wegen. De weg tussen Matadi en Kinshasa is goed berijdbaar. Andere wegen vanuit Matadi, naar Boma, de kust of landinwaarts, zijn in minder goede staat.

Er zijn verschillende lokale vliegvelden. Er is ook een olie-pijpleiding geïnstalleerd tussen Matadi en Kinshasa.

En tenslotte, dankzij de aanwezigheid van mobiele operatoren zoals VODACOM en Celtel, is Bas-Congo bereikbaar vanuit de hele wereld zonder veel moeite.

De economie van de provincie is echter sterk verslechterd door een ontoereikend beleid en een gebrek aan politieke visie van haar leiders tijdens de Tweede Republiek, gevolgd door een periode van politieke instabiliteit en de opeenvolgende burgeroorlogen van 1990-2006.

 

Levensomstandigheden

Ondanks deze economische troeven, is armoede wijdverbreid in de provincie, met een armoedecijfer van bijna 70%. Ongeveer 70% van de bevolking heeft een jaarlijks inkomen van naar schatting $ 138,6 ($ 11,55 per maand of $ 0,39 per dag);

Het onderwijs wordt gekenmerkt door een lage opkomst, zowel in het primair als secundair onderwijs. De gemiddelde analfabetisme graad is 29,5% of 17% voor mannen en 42% voor vrouwen. Het scholennetwerk is relatief goed uitgebouwd, maar de onderwijs-infrastructuur is in een staat van verregaand verval en de werkomstandigheden van zowel studenten als docenten zijn vaak betreurenswaardig.

Daartegenover staat de gezondheidzorg: Bas-Congo is één van de Congolese provincies die relatief goed voorzien zijn van sociaal-sanitaire structuren.

Ondanks de aanwezigheid ​​van grote rivieren, heeft Bas-Congo maar beperkt toegang tot veilig drinkwater, vooral in landelijke gebieden. Meer dan 90% van de huishoudens in Bas-Congo heeft geen waterkraantje op hun perceel en 85% zijn niet aangesloten op het electriciteitsnet; Toevoer van water blijft het werk van vrouwen en jonge meisjes die daar dikwijls lange afstanden voor moeten afleggen.

Sanitaire voorzieningen zijn ook zorgwekkend met 15,1% van de huishoudens in de provincie die geen toilet hebben.

Ten slotte, bijna alle (99,4%) huishoudens kiezen voor sluikstorten, op straat of in de rivieren, om zich te ontdoen van hun afval.

 

2. Matadi

Geschiedenis

Toen Matadi werd ontdekt in augustus 1877 door Henry Morton Stanley, na zijn reis over het continent van Zanzibar tot Boma, was het niet meer dan een groepering van een tiental dorpen op de linkeroever van de Congorivier. Deze dorpen hoorden toe aan de stam van de Bakongo uit Soyo.

Dankzij zijn ligging dichtbij de zeemonding van de Congorivier, werd ze al snel het startpunt van de zogeheten “Route des Caravanes” naar het voormalige Leopoldstad, nu Kinshasa.

Maar het is maar wanneer gestart wordt met de bouw van een grote internationale haven in 1886 en met de bouw van de spoorlijn Matadi-Kinshasa in 1890, dat Matadi zijn bestaansreden en belang vindt. Goederen zullen per schip vanuit de oceaan of de kusthavens Boma en Banana stroomopwaarts getransporteerd worden naar Matadi, en daar in de haven overgezet op treinvervoer richting Kinshasa.

Vanaf dat moment ondergaat de stad vele evoluties, om uiteindelijk provincie-hoofdstad te worden van Bas-Congo in 1966.

Het standbeeld van de steenbreker is het symbool van de havenstad. De stad Matadi is gebouwd op rots. Matadi betekent “stenen, keien, rots” in de lokale taal Kikongo. De bouwers van de spoorwegen, die met behulp van dynamiet de rotsachtige grond bewerkten, werden “Bula Matadi” genoemd, oftewel “steenbrekers”.

 

Geografie

Matadi ligt op een bijzondere locatie aan de linkeroever van de Congo rivier:

  • De Congo is bevaarbaar vanuit de kusthaven Banana, 168km ten Westen van Matadi, tot aan Matadi.
  • De rivier M’pozo mondt stroomopwaarts van de stad uit in de Congo. De spoorlijn naar Kinshasa werd aangelegd door de M’pozo canyon.
  • De grens met Angola ligt op een paar kilometer naar het zuiden en stroomafwaarts van de rivier.

Een hangbrug van 722 meter lang, gebouwd in 1983, genaamd Pont Matadi (voorheen Marshal Bridge), verbindt de stad met de rechteroever, vanwaar men de stad Boma en de Inga waterdam kan bereiken. Deze brug is de langste hangbrug in Afrika en een attractie voor toeristen. De spoorweg is nog steeds niet doorgetrokken over deze brug.

Matadi is gebouwd op ruig en heuvelachtig terrein, er zijn daardoor significante hoogteveschillen tussen de wijken: Tshimpi (346 meter), Belvedere (gemeente Nzanza, 299 meter), Mont Kinzao (500 meter), Soyo Village (425 meter), en Ango Ango (107 meter). In Matadi zijn de fameuze 3 werkwoorden “klimmen, afdalen en zweten” dagelijkse kost.

 

Administratief

Matadi telt 3 gemeentes, Mvuzi, Nzanza en Matadi zelf. De bevolking wordt geschat op iets meer dan 300.000 inwoners. De burgemeester van de stad is M. Jean-Marc Nzayidia.

 

De haven van Matadi

De geschiedenis van de haven van Matadi loopt samen met die van de stad Matadi, en vindt haar oorsprong in 1886, toen de haven werd gebouwd op de linkeroever van de Congorivier. Aanvankelijk was het maar een klein dok om goederen te ontvangen en over te zetten op wegtransport via de “Route des Caravanes” naar Leopoldstad/Kinshasa. Stap voor stap werd de haven uitgebreid.

De echte ontwikkeling begon maar met de bouw van de 650 meter lange kaaimuur, genaamd “Kade Matadi”, voltooid in 1935 door het Congolese Spoorwegbedrijf op basis van een overeenkomst met de Onafhankelijke Staat Congo. De bouw van een tweede kaaimuur “Fuka-Fuka”, 525 meter lang, werd in 1940 voltooid. De Tweede Wereldoorlog onderbrak alle verdere uitbreidingen tot 1950, toen de bouw van de derde kaaimuur, “Kala Kala”, 468 meter lang, werd aangevat.

Ondertussen waren ook drie andere kleine dokken aangelegd:

  • Ango-Ango, ongeveer 7 kilometer stroomafwaarts van de grote haven op de linkeroever, werd als petroleumdok aangelegd.
  • Iets later werd een openbare haven aangelegd, voor de behandeling van brandbare stoffen en explosieven
  • De Pemarco kade voor de ontvangst van zeetreilers, boten voor de visvangst.

Deze drie dokken zijn verbonden met de grote haven door een spoorweg, en een oliepijpleiding zorgt voor het transport van aardolieproducten van Matadi naar Kinshasa.

Pas in 1974 ontvangt Matadi het eerste containervervoer. Enkele magazijnen op het Fuka-Fuka dok worden gesloopt en geconverteerd tot een containerpark.

In 2005 wordt een deel van de haven gerenoveerd en opgewaardeerd. Dit verloopt in samenwerking en met steun van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen.

In 2006 registreerde de haven van Matadi een overslagvolume van 1,7 miljoen ton. 90% van de handel met de hoofdstad Kinshasa verloopt momenteel over de weg Matadi – Kinshasa, die onlangs gerestaureerd werd. De resterende 10% verloopt over de spoorlijn Matadi-Kinshasa. De haven draait momenteel echter stationair, en heeft te lijden onder de teruglopende economische activiteit van het land, en de geleidelijke sluiting van industrieën in Bas-Congo en Kinshasa. De export bereikt nog geen vijfde van de invoer. De haven lijdt sterk onder een gebrek aan organisatie en corruptie.

Er zijn nog verschillende werken gepland in Matadi en zijn haven, ondermeer de oprichting van een vrije economische zone te Inga. Matadi is “verzusterd” met de haven van Antwerpen op 15 november 2003, en samenwerkingen zijn gepland om de activiteit van de haven van Matadi te herstellen. `

 

3. Waar woonde Hyppo?

Hyppo is geboren in het dorp Tumba, deel van de gemeente Tshela. Toen hij drie was, verhuisde hij met zijn ouders naar Matadi. Gedurende zijn lagere schooltijd woonde hij bij zijn grootmoeder in Dizi, ver weg in het Congolese woud, ook deel van de gemeente Tshela. Voor het secundair onderwijs verhuisde hij terug naar zijn ouders in Matadi, en liep hij school op het instituut ITECOM.

Voor onze projecten bouwen wij verder op de contacten die Hyppo nog heeft in deze locaties. Stap voor stap bouwen wij ons netwerk aan contacten en sympathisanten in Congo ook verder uit. Wij vinden het belangrijk om op basis van vertrouwen samen met de lokale mensen na te denken over wat écht nodig is en hen écht vooruit kan helpen, op een manier die acceptabel en duurzaam is.

 

Dia1

Deel deze post:

Leave a Reply